marathonwedstrijd Cat4, 11 maart 2026, verslag door de bril van de voorzitter.
Vandaag de laatste marathonwedstrijd van het seizoen 25/26 voor onze Cat4. Dit is de inhaalwedstrijd voor de wedstrijd van 7 januari, die niet doorging vanwege de hevige sneeuwval die dagen. Het heeft vanmorgen veel geregend, nu is het droog en 9 graden Celsius en weinig wind, een perfecte mix…… voor ijs dat snel aanslaat.
Edward en ik zijn al even na 20:00 uur op de Jaap Edenbaan. We rijden straks de eerste wedstrijd en dus een kansje om het trainingsuur daarvoor al even de slag te pakken te krijgen. Edward heeft dat nodig. Ik heb er enige aversie tegen, nog steeds bang dat ik dan al te veel energie verspeel, hoewel ik inmiddels wel weet dat het met mijn conditie wel goed zit. Na deze warming-up, weer terug naar het aquarium. “Wat is het warm, hè”. Edward trekt nog een thermo-shirt onder zijn pak vandaan en er zit nog een T-shirt onder – tja, da’s warm.
Na 8 wedstrijden is het aan top van de competitie nog spannend (uitleg puntentelling onderaan verslag).

In theorie kan iedereen in de Top6 nog als eerste eindigen, uiteraard ook afhankelijk van wat de andere Top6 rijders doen. Daar waar Jimte (AMVJ), Edward en ik alle wedstrijden hebben meegedaan hebben Tessa (Viking/ZTIKZ), Paul (ZTIKZ) en Alexander (Amstelbocht) een wedstrijd gemist en minimaal één gewonnen – betere afmakers dus – meestal Top5 als ze meedoen.
Heb ik een strategie voor vanavond? Nee. Of toch? Mijn strategie voor de wedstrijd: hoe dan ook met die jongelui mee springen als het los gaat in de wedstrijd.
We beginnen de loze ronde met de oudere jeugd – je bent zo oud als je je voelt – voorop, 35 schaatsers op het ijs, ik rijd op de 4e positie. Helaas weer een krabbelaar voor mij, dezelfde als vorige week. Dat rijdt niet fijn, lange benen en schaatsen die naar achteren worden getrapt – pas op je schenen….
Behalve die messen voor me, houd ik ook de achterhoede in de gaten, we gaan niet snel dus er zullen zeker schaatsers buitenom komen. Als ik weer eens achterom kijk zie ik een blauwe schim rap dichterbij komen. Nu niet wachten, met die krabbelaar voor me, ik stap opzij en versnel…..
Het idee is om met het blauwe pak mee te rijden……… maar niemand haalt mij in….. ik rijd nu dus voorop – hé, dat is niet de bedoeling.
Een ronde later geef ik af en laat ik mij passeren……..door het blauwe pak…….. “Hé Edward, ben jij dat?” Oeps, dat had ik eerder niet gezien.
Ik word er weer vlot tussen gelaten en rijd op de 4e positie. Edward trekt nu de boel in gang – een speldenprikje dat 2 ronden duurt. We zijn nu vier ronden onderweg. Daarna zakt het tempo wat in en ik schuif geleidelijk naar voren als de kop wordt afgegeven.
Omdat het niet snel gaat, weet je dat het onvermijdelijk is dat er iemand gaat proberen te ontsnappen. En zodra dat gebeurt, reageer ik alert en met een 35-er, 37-er en 38-er, werk ik naar een aansluiting toe, met het peloton in een langgerekt lint achter mij aan. Eén rijder blijft vooruit (hij zal uiteindelijk het peloton bijna ronden om daarna terug te zakken en twee ronden voor de finish weer te worden opgeraapt).
Tja, elf ronden onderweg en ik heb al te veel gedaan – mijn strategie totaal vergeten – en laat me buitenom afzakken. Deze keer vind en krijg ik geen ruimte in de binnenste, en enige, trein. Dan zit er niets anders op om zelf buitenom te versnellen en weer voorop te rijden. Immers, daar is altijd plek. Straks nog een keer proberen om af te zakken naar plek 6 of 7 in de rij.
Maar nu even niet…. de speaker: “Bij doorkomst gaan we bellen voor de tussensprint!”…. Ja, lekker dan.
Direct daarna komen drie rijders buitenom voorbij schieten. Als ze na de sprint blijven doorrijden dan zijn ze weg – ik geef weer gas – en eindig mijn tussensprint op plek 4. De drie sprinters rechten zich, handen in de rug..….ik schaats met het peloton, dankbaar voor de gedane moeite, in mijn rug.
Nu laat ik mij weer afzakken en pers mij uiteindelijk in de binnenste rij. Maar er rijden nu minstens 10 schaatsers voor me, daar hou ik niet van. Edward rijdt weer voorop het peloton. Na twee ronden stapt de rijder voor me naar buiten om naar voren te schaatsen en ik volg hem direct. Hij nestelt zich aan de kop van het peloton en ik daarachter. Dan komen er twee rijders in oranje-zwart (5Dorpen) voorbij. De rijder voor mij, in hetzelfde pak, versnelt en er ontstaat een gaatje…..en dan een gat. Uiteraard geef ik gas om dat gat te dichten.
*** Kopwerk voor het peloton. Tijdens de wedstrijd realiseer ik mij al dat ik dit op een later moment ga bezuren, maar er zat te veel onrust in me, ik wilde ze niet laten gaan. Overigens, helemaal niet slim, de rijders die proberen te ontsnappen staan helemaal niet in de Top6. Uiteraard had ik dit door iemand anders moeten laten oplossen – wijsheid achteraf ***
Het gat is gedicht. Resumé, nog vier ronden te gaan, einde-wedstrijd-onrust in het peloton, gekke Henkie voorop, op die ene uitloper na. Wat nu? Nu de rug rechten terwijl we 37-ers rijden is vragen om ongelukken. Mij na de bocht naar buiten laten glijden en mensen onderdoor laten schieten zal onvermijdelijk tot een slechte aansluiting en klassering leiden. Er zit niets anders op dan zo hard mogelijk door te rijden.
Nog twee ronden te gaan – ik zit inmiddels wel helemaal stuk – en nu komen er een paar rijders om me heen. Ik versnel er achteraan, sneller, net niet snel genoeg. De bel. Zes rijders voor me, Paul zit daarbij, de voorste rijder nog geen halve seconde, 6-7 meter, vooruit.
De benen zijn klaar, de bocht een drama, na de laatste bocht probeer ik me zo breed mogelijk te maken. Eén rijder probeert binnendoor, ik wil hem niet raken, maar maak me stap voor stap breed. Door een andere rijder buitenom laat ik toch nog een gaatje vallen.
De finishlijn komt net op tijd. De man buitenom komt nog net wel voorbij, de blauwe schim – Edward – , dat mag. “Goed gedaan maat!”.

We finishen op de 7e en 8e plaats. In het klassement finishen we op de 4e en 5e plaats. Tessa mist 1 cm voor de winst en wordt 2e, daarmee komt ze 1 punt tekort om het eindklassement te winnen.
Slechts 24 van de 35 gestarte rijders finishen de wedstrijd, weer een snelle race (39.9 sec/ronde gemiddeld).
Na de wedstrijd vertelt een enthousiaste rijder hoe een Viking schaatser de meeste gaten dicht reed. “Zeg maar; Dank je wel…. SUKKEL!” fluister ik hem toe bij het passeren. Dat doet hij niet. Toch nog enig respect voor de oudere jeugd.
’t Was weer een mooi seizoen.

[volgende wedstrijd Cat4 ergens in oktober 2026]
Puntentelling Marathon Cat4: de rijder die finisht op de 1e plaats krijgt 30 punten, 2e plaats 29, 3e plaats 28, ….. en 30e plaats 1 punt.

