Een brrrrr wedstrijd met een blauw-geel vlammend slot

marathonwedstrijd Cat4, 18 februari 2026, verslag door de bril van de voorzitter.

Het is kwart voor acht als Edward de auto parkeert en mij ophaalt. Ronald zit fysiek niet zo lekker en doet vanavond niet mee. Omdat we als eerste wedstrijd op de avond starten gaan we wat eerder naar de baan om bij het trainingsuur voor de marathons het ijs vast te testen.

’t Is vandaag weer koud (1 Co) met een pittige wind (4 bft) die in het gezicht waait in de bocht naar de 500 meter start en een gevoelstemperatuur van -7 Co geeft – winterweer voor brrrenkool met worrrrst, brrrr.

De twintig minuten baanverzorging lijken een eeuwigheid te duren als je de schaatsen al aan hebt en de warming-up-warmte weer langzaam uit je lichaam vloeit. Om onverklaarbare reden rijdt de dweilmachine nog een bonusrondje ook en, ik sta al langs de kussens, ga maar weer de kleedkamer in.

Als we eindelijk het ijs op kunnen voor een korte warming-up lijkt het niet druk vanwege griep en vakanties. De speaker probeert ons alvast te enthousiasmeren: “Vanavond zijn er weer rookworsten te verdienen. De Top-10 van de wedstrijd vanavond krijgt een rookworst”. Dat past, brrrenkool met worrrst, daar gaan we voor.

We verzamelen bij de 500 meter startlijn voor een praatje van de jury. De 37 rijders worden er op gewezen dat we tijdens de loze ronde nog rustig moeten schaatsen, de wedstrijd is dan nog niet begonnen. Deze uitleg heeft natuurlijk alles te maken met de veel te snelle loze ronde tijdens de vorige wedstrijd, de hele wedstrijd werd er toen hard gereden.

“En we hoeven ook niet zo keihard te rijden, er doen ook oudere schaatsers mee!” moppert één van de senioren. Tja…..het jurylid reageert ad rem: “En daarom mag jij deze keer voorop in de loze ronde Wim….”. Waarna er een onderdrukt gelach uit het peloton opstijgt en in de ijskoude wind verwaait – we zijn onderweg.

“Doe nog maar een rondje Wim! Dit gaat nog wel.” roep ik vanuit de tweede positie in het peloton als we de start/finishlijn passeren en de wedstrijd begint. Hij versnelt iets maar achter mij hoor ik regelmatig het piepend remmen in het peloton, het gaat echt nog niet snel. Na twee ronden gaat Wim van kop af en doe ik een rondje kopwerk – geen gekkigheid, het waait hard, beetje sparen. Ik geef af, zak terug – “Henk Jan kom er maar tussen!” – “Dank je Kees!”- en stap in de binnenste rij op de vijfde positie.

In de 4e ronde komt er een schaatser in zwart pak buitenom. Een jonge vent die al een paar jaar meerijdt en…… waarbij de ambitie vaak een stuk groter is dan de conditie. Toch begint de voorste man van het peloton te versnellen…..nu ja, het gaat sneller maar niet echt hard. Ook de volgende rijder op kop houdt de gang er in maar de jongeman die ontsnapte rijdt inmiddels bijna 100 meter vooruit.

Aan de voorkant van het peloton wordt kop-over-kop gereden, maar niet iedereen doet daar aan mee, dan glijden ze naar buiten aan het einde van de bocht, ruggen worden gerecht. Dat schiet niet op zo. Ik stap, samen met nog een jonge rijder, binnendoor en we trekken de boel weer in gang. Een afwachtende wedstrijd terwijl iedereen toch een flinke worst is voorgehouden.

We zijn zo’n tien ronden onderweg als de ontsnapte rijder, nog steeds een meter of honderd vooruit, zijn poging opgeeft, de rug recht en wacht tot hij bij het peloton kan aansluiten. Voor één of anderhalve ronde vertraagd het tempo in het peloton om daarna weer te versnellen als er wat rijders buitenom komen. Niemand ontsnapt. Inmiddels meldt de speaker: “Over twee ronden gaan we bellen voor de tussensprint!”.

Het zijn vaak dezelfde rijders die zich tot zo’n tussensprintje laten verleiden. Maar het gebeurd niet zelden dat je de namen van de top3 van de tussensprint weer terugvindt op de lijst van uitvallers of ze finishen de wedstrijd in de achterste regionen. Het is mij niet duidelijk of ze juist daarom meedoen met de tussensprint al na vijftien ronden – dertig is te ver – of dat juist die tussensprint ze later knakt. Maar ik rij voor een rookworst, niet voor een knakworst.

Na de bel komen er een handvol schaatsers buitenom sprinten. Edward zit er deze keer ook bij – Edward wil actie! We trekken het peloton ook weer in gang. Immers, zo’n tussensprint is een ideale opstap naar een ontsnapping. Edward wordt tweede maar krijgt niemand zo ver om door te rijden. “Kom er maar tussen!” roep ik als we hem een ronde later oppikken, we rijden nu positie vijf en zes aan de kop van het peloton.

Na de tussensprint gaat de snelheid er weer wat uit. Er wordt wel kop-over-kop afgelost door een stuk of vijf, zes rijders op kop van het peloton, wij doen ons deel. Met nog negen ronden te gaan wordt het wat onrustiger en gaat de snelheid geleidelijk omhoog.

Nu zie ik in mijn ooghoeken dat Jeroen B buitenom komt schaatsen en roep naar de kop: “Let op hier komt Jeroen! Doet ie wel vaker!”. Ook iemand met een grotere ambitie dan conditie. Mijn aanmoediging blijkt al voldoende om ‘m zijn wanhoopsdaad te doen staken – hij kon er wel om lachen.  

Met nog vijf ronden te gaan schuift Edward weer naar de kop – Edward wil actie! Edward begint te versnellen. Daar waar de voorgaande ronde nog een 41-er was rijden we nu een 38-er, daarna een 37-er en nog een 37-er en het peloton begint uit te rekken. In de op één na laatste ronde (ook een 37-er) komen een handvol rijders buitenom, ik zit kort achter Edward, een beetje opgesloten en hoop dat Edward nog kan versnellen.

Na de tweede bocht krijg ik wat meer ruimte en versnel achter de voorlopers aan, maar die zijn al ver vooruit – diep zitten! – voor een snelle laatste ronde – racen – ik haal iemand in en wordt ook nipt ingehaald. Ik finish op de 9e plaats, Edward finisht als 14e en Ben rijdt ook weer in de punten.

Door de wat afwachtende wedstrijd een gevoel dat het beter had gekund. Tot ik m’n laatste rondetijd zie, een 34-er, het is de snelste ronde in jaren. Tevreden neem ik onder de jury-toren de rookworst in ontvangst.

[volgende wedstrijd Cat4 op 4 maart 2026]