Op de Dag van de Viking hebben we na het schaatsen op de Jaap Edenbaan in de Panoramabar gekeken naar het schaatsen op de Olympische Spelen – de 5km heren.
Tijdens de dweilpauze hebben we een leuke Quiz over de Olympische Spelen gespeeld. De Quiz werd gewonnen door Iva en Bart. Zij mochten als eerste een sportieve prijs in ontvangst nemen, een unieke Stg Viking bidon in de clubkleuren.

Alle leden die deelnamen aan de Dag van de Viking kregen zo’n prachtige bidon. Wil jij dat ook? Dat kan, bij de clubkampioenschappen zal deze sportieve gadget ook worden uitgereikt…
De dweilpauze was te kort voor de vragen, antwoorden en wist-je-dat-tjes. Daarom de pub-quiz onderstaande weergegeven – neem de tijd.
(A) VRAGENBLAD (zonder antwoorden)
1) Generiek Winterspelen
1. Waar en wanneer werden de allereerste Olympische Winterspelen gehouden?
A) 1920 – Antwerpen
B) 1924 – Chamonix
C) 1928 – St. Moritz
D) 1936 – Garmisch-Partenkirchen
2. Welke sport stond niet op het programma van de Winterspelen van 1924?
A) IJshockey
B) Bobslee
C) Snowboard
D) Kunstrijden
3. Tot en met 1992 vielen de Winterspelen en Zomerspelen in hetzelfde jaar. In welk jaar werd dit voor het eerst doorbroken en vonden de Winterspelen in het “tussenjaar” plaats?
A) 1988
B) 1992
C) 1994
D) 1998
4. Welke sport was tot en met Beijing 2022 géén Olympische wintersport?
A) Biatlon
B) Curling
C) Ski mountaineering
D) Schansspringen
2) Medaillestatistieken
5. Welk land staat all-time bekend als de grootste medaillepakker op de Winterspelen?
A) Canada
B) Rusland/ROC
C) Noorwegen
D) China
6. Welke atlete heeft (all-time) de meeste Winter Olympische medailles?
A) Ireen Wüst
B) Marit Bjørgen
C) Yuna Kim
D) Lindsey Vonn
7. Welke mannelijke atleet staat historisch bekend als recordhouder met 12 Winter Olympische medailles?
A) Ole Einar Bjørndalen
B) Bjørn Dæhlie
C) Sven Kramer
D) Eric Heiden
8. Hoe worden landen in de “medaillespiegel” meestal gerangschikt?
A) Eerst totaal, daarna goud
B) Eerst goud, dan zilver, dan brons
C) Alleen op goud
D) Op gemiddelde medailles per atleet
3) Nederland op de Winterspelen
9. In welk jaar won Nederland de eerste Winter Olympische medaille(s)?
A) 1936
B) 1948
C) 1952
D) 1964
10. Wie is de meest succesvolle Nederlandse Winterolympiër qua totaal aantal medailles?
A) Ard Schenk
B) Sven Kramer
C) Ireen Wüst
D) Marianne Timmer
11. Bij welke Winterspelen beleefde Nederland (historisch) zijn beste medailleoogst?
A) Calgary 1988
B) Salt Lake City 2002
C) Vancouver 2010
D) Sotsji 2014
12. Nederland won in Sotsji 2014 in totaal 24 medailles. Hoeveel daarvan kwamen uit langebaanschaatsen?
A) 9
B) 13
C) 19
D) 23
4) Schaatsen op de Winterspelen
13. Bij de olympische mass start (langebaan) zijn er tussensprints voor punten. Na welke rondes zijn die tussensprints?
A) Na ronde 3, 6 en 9
B) Na ronde 4, 8 en 12
C) Na ronde 5, 10 en 15
D) Na ronde 2, 7 en 12
14. In welk jaar werd de mass start olympisch op de Winterspelen?
A) 2006
B) 2010
C) 2014
D) 2018
15. In welk jaar werd de ploegenachtervolging (team pursuit) olympisch?
A) 1998
B) 2002
C) 2006
D) 2014
16. De standaard shorttrack-oval is ongeveer…
A) 100,11 meter
B) 111,12 meter
C) 200,22 meter
D) 400 meter
5) Overige leuke weetjes / vragen
17. Welke sport wordt vaak “schaken op ijs” genoemd?
A) Curling
B) Skeleton
C) IJshockey
D) Snowboardcross
18. Welke wintersport combineert langlaufen met schieten?
A) Noordse combinatie
B) Biatlon
C) Alpineskiën
D) Freestyle skiën
19. Welke sport debuteerde op de Olympische Winterspelen in 1998?
A) Shorttrack
B) Snowboard
C) Curling
D) Skeleton
20. Welke stad was de eerste niet-Europese gastheer van de Winterspelen?
A) Sapporo
B) Calgary
C) Lake Placid
D) Squaw Valley
Benaderingsvraag (bij gelijke stand)
Vraag: Hoeveel medailles zijn er in totaal uitgereikt tijdens de Olympische Winterspelen Beijing 2022?
(Teams leveren één getal in; dichtstbij wint.)
Antwoord: 328
Weetje (na het nakijken): Beijing 2022 had 109 events en in totaal 328 medailles.
(B) ANTWOORDMODEL + “WEETJE VOOR NA HET NAKIJKEN”
1) Generiek Winterspelen
- B — 1924 Chamonix. Weetje: officieel heetten ze toen “International Winter Sports Week”, later erkend als eerste Winterspelen.
- C — Snowboard. Weetje: snowboard kwam pas veel later (jaren 90) op het olympisch programma.
- C — 1994 Weetje: Tot en met 1992 waren Winter- en Zomerspelen in hetzelfde jaar; sinds 1994 worden de Winterspelen gehouden in de even jaren tussen de Zomerspelen.
- C — Ski mountaineering. Weetje: die sport staat bekend als een typische Alpen-discipline met stijgen én afdalen.
2) Medaillestatistieken
- C — Noorwegen. Weetje: Noorwegen is historisch extreem sterk in langlaufen en biatlon (veel onderdelen = veel kansen).
- B — Marit Bjørgen. Weetje: zij geldt als de meest gedecoreerde Winterolympiër ooit (totaal 15 medailles).
- B — Bjørn Dæhlie. Weetje: langlaufen leverde hem 12 olympische medailles op — een record bij de mannen.
- B — Eerst goud, dan zilver, dan brons. Weetje: “medaillespiegel” is een media-ranking; het IOC benadrukt vaak vooral prestaties, maar goud-eerst is het gebruikelijkst.
3) Nederland op de Winterspelen
- C — 1952. Weetje: Oslo 1952 was het doorbraakmoment voor Nederland op wintersportgebied.
- C — Ireen Wüst. Weetje: zij is Nederlands meest succesvolle Winterolympiër (13 medailles).
- D — Sotsji 2014. Weetje: die Spelen waren een Nederlands schaatsfeest; bijna alles kwam van de langebaan.
- C — 23 Weetje: In Sotsji 2014 won Nederland 24 medailles, waarvan 23 in langebaanschaatsen en 1 in shorttrack — een extreem scheve maar iconische verdeling.
4) Schaatsen op de Winterspelen
- B — Na ronde 4, 8 en 12 Weetje: Bij elke tussensprint krijgen de eerste drie schaatsers 5, 3 en 1 punt; in de eindsprint zijn dat 60, 40 en 20 punten — waardoor de finish bijna altijd allesbepalend is.
- D — 2018. Weetje: mass start is tactisch: schaatsen, positioneren, sprinten — een beetje “wielrennen op ijs”.
- C — 2006. Weetje: de ploegenachtervolging leverde meteen iconische teammomenten op.
- B — 111,12 meter. Weetje: shorttrack wordt op een “kleine” baan gereden (vergelijk: langebaan is 400m).
5) Overige leuke weetjes / vragen
17. C — Lake Placid. Weetje: dat was in 1932 — de Winterspelen gingen toen voor het eerst Europa uit.
18. A — Curling. Weetje: het draait om tactiek, guard-stenen en perfecte “draws” — vandaar de schaakvergelijking.
19. B — Biatlon. Weetje: biatlon komt voort uit militaire patrouille-tradities in Scandinavië.
20. B — Snowboard. Weetje: de eerste olympische snowboard-edities waren meteen legendarisch (en soms controversieel).

